x

Milgrams experimenten en de gevaren van gehoorzaamheid

Het experiment van Milgram was een serie wetenschappelijke experimenten waarin Stanley Milgram, een psycholoog aan de Yale-universiteit, de bereidheid naging om te gehoorzamen aan wat wordt ervaren als legitiem gezag, zelfs als dit inging tegen het eigen geweten. In de meest beroemde variant van het experiment bleek ongeveer twee derde van de proefpersonen dusdanig gevoelig te zijn voor autoriteit dat zij in een wetenschappelijk experiment een medemens konden doden. Over de hele reeks bekeken was een meerderheid uiteindelijk ongehoorzaam (57%).

Milgram publiceerde zijn resultaten in 1963 in een artikel getiteld Behavioral study of obedience (Gedragstudie van gehoorzaamheid). Later werd het experiment samengevat in zijn boek Obedience to Authority: An Experimental View (Gehoorzaamheid aan autoriteit: een experimentele benadering) uit 1974.

The Milgram Experiment

Via een krantenadvertentie werden (betaalde) deelnemers voor een "geheugenstudie" aan de Yale-universiteit geworven. De uitgekozen deelnemers waren mannen van 20 tot 50 jaar oud, met diverse opleidingsachtergronden.

In de proefopstelling werden de deelnemers individueel, samen met een acteur, ingelicht over de inhoud van het experiment: de invloed van straf bij leren. De eigenlijke deelnemer weet niet dat de andere deelnemer een acteur is. Via een "loting" krijgt de deelnemer altijd de rol van leraar, de acteur die van leerling.

De straf in het experiment bestond uit elektrische schokken, de deelnemer werd zelf blootgesteld aan een kleine schok van 45 volt, zodat hij kon voelen wat de straf betekende die hij later zou moeten uitdelen.

Tijdens het experiment las de deelnemer een lijstje van woordparen voor, die de leerling moest onthouden. Nadien moest de leerling het juiste woord aangeven met een druk op de knop als de deelnemer het eerste woord van een paar gaf met vier mogelijke antwoorden. Als zijn antwoord onjuist was, kreeg de leerling een schok, die bij elk verkeerd antwoord verhoogd werd met 15 volt. Als de leerling een correct antwoord gaf, werd het volgende woordpaar voorgelezen.

De leraar (deelnemer) geloofde dat hij echte schokken aan de leerling gaf. In werkelijkheid waren er geen schokken in het spel. Zodra de leerling en leraar werden gescheiden, zette de leerling (de acteur) een bandrecorder aan, die met de elektro-schokgenerator was ge├»ntegreerd. Deze bandrecorder speelde vooraf opgenomen opnames bij bepaalde schokniveaus af. Bij 135 volt begon het geschreeuw van pijn op de opnames. Bovendien bonsde de acteur op de muur die hem van de leraar scheidde. Als de spanning was opgelopen tot 300 volt bonsde de acteur opnieuw op de muur. Na het bonzen op de muur en het klagen over zijn hart, gaf de leerling geen verdere reactie op de vragen.

De deelnemer kon natuurlijk op elk ogenblik zijn wens kenbaar maken om het experiment te stoppen. Dan kreeg hij echter weerwoord van degene die het experiment leidde. Er werd dan een poging gedaan om de deelnemer door te laten gaan. Er werd gebruikgemaakt van vier verschillende doch gestandaardiseerde methoden om de deelnemers door te laten gaan, en wel in deze volgorde:

Gaat u maar verder.

Het is noodzakelijk voor het experiment dat u doorgaat.

Het is absoluut essentieel dat u doorgaat.

U hebt geen keuze, u moet doorgaan.

Wanneer de proefpersoon nog steeds weigerde verder te gaan na deze vier aanmoedigingen was het experiment voorbij. De toon die de onderzoeker aansloeg was steeds vastberaden, maar niet onbeleefd. Om te kunnen stoppen beloofden sommige deelnemers dat zij het geld zouden teruggeven dat hen in het vooruitzicht was gesteld.

Daarnaast waren er ook speciale aanmoedigingen:

Als de proefpersoon vroeg of de leerling permanente schade zou overhouden aan het experiment, zei de onderzoeker: "Hoewel de schokken pijnlijk kunnen zijn, is er geen sprake van blijvende weefselschade", gevolgd door een van de gestandaardiseerde aanmoedigingen.

Als de proefpersoon zei dat de leerling niet verder wilde gaan, antwoordde de onderzoeker: "Of de leerling het nu leuk vindt of niet, u moet doorgaan tot hij alle woordparen goed heeft geleerd", gevolgd door een van de gestandaardiseerde aanmoedigingen.

Voordat het experiment werd uitgevoerd, vroeg Milgram medepsychologen wat zij verwachtten dat de resultaten zouden zijn. Zij geloofden eenstemmig dat slechts een paar sadisten bereid zouden zijn om de maximumspanning van 450 volt te geven. Dit is niet wat gebeurde.

Bij de eerste reeks experimenten gaf 65 procent van de deelnemers de maximumschok van 450 volt, hoewel velen zich er zeer ongemakkelijk bij voelden. De eerste deelnemers hielden bij 135 volt op en begonnen het doel van het experiment na te vragen. De meesten gingen echter verder nadat zij ervan verzekerd waren dat zij niet verantwoordelijk zouden worden gesteld voor eventuele gevolgen. Volgehouden ongehoorzaamheid deed zich voor vanaf het 300-voltniveau, nadat het bonzen op de muur was verstomd.

Sommige deelnemers begonnen zelfs te lachen zodra zij de schreeuwen van pijn hoorden van de leerling. Dit gelach was niet sadistisch, maar zenuwachtig gelach dat velen gebruikten om de kalmte te bewaren ondanks de angst en spanning die zij voelden vanwege het gejammer van de acteur. Hoewel vrijwel alle deelnemers begonnen te twijfelen aan het experiment, gingen de meesten door tot de maximale schokken van 450 volt.